Dit jaar draagt de prins van Ganzendonck voor de veertigste keer de naam Luuk. Daar is ondertussen al meer dan genoeg over gezegd en geschreven. Zeker de ouderen onder ons zullen vast nog weten waar deze naam vandaag komt. Voor hen die dat niet weten, leggen we dat graag nog een keer uit.
Vóór en omstreeks het begin van de vorige eeuw voeren er op het kanaal alleen nog maar kleinere scheepjes van 50 tot 100 ton. Met deze schepen werden voornamelijk landbouwproducten, bouwmaterialen, zand en grind en later veenturf en steenkool vervoerd. Deze schepen waren allen aangewezen op windkracht door middel van de windzeilen. Bij zware tegenwind of bij windstil weer, was het echter niet mogelijk de zeilen te gebruiken en dan kwam de schuit stil te liggen. Met stilliggen kon de schipper zijn kost niet verdienen en dus ging hij met een vaarboom, een soort lange polsstok, naar het voorschip, plantte daar de vaarboom in de bodem van het kanaal en al drukkend met zijn schouder, liep hij dan stap voor stap naar achteren. Hij hield zodoende de vaart in het scheepje. Voor een langer traject was dit ondoenlijk werk. De schipper spande dan een lange lijn aan de mast en bevestigde hieraan 1, 2 of meerdere brede borstbanden. Hierin liepen dan de vrouw en kinderen van de schipper over de dijk, het scheepje stap voor stap voort te zeulen. Voor grote afstanden en zwaar beladen schepen was dit nog geen goede en menselijke oplossing. Toen boden zich de voerlui aan, om met 1 of 2 paarden deze taak over te nemen. Dat schoot alweer wat beter op. Zo’n voerman, die regelmatig schepen ging trekken, kreeg officieel de naam van scheepsjager. Maar de mensen, die regelmatig zo’n man met een paard aan de tegel, los of aangespannen, langs het kanaal zagen lopen, noemden hem al gauw ‘den teugelaar’, of hier in de volksmond ‘den teugelder’.
Eén van de oudste van deze scheepstrekkers of teugelders, welke in Ganzendonck woonde, was de oude Luuc van Bussel. Deze heeft met zijn zonen Piet, Jan en Janus jarenlang dit vak uitgeoefend. De oude Luuc van Bussel hield ook nog logement en stalling voor langstrekkende teugelders. Luuc was een gezette man. Gehuld in een schipperstrui, een schipperspet op zijn imposante kop en onder zijn knevel bungelde de onafscheidelijke sigaar. Hij was werkelijk een opvallend figuur in ons dorp. Vandaar dat zijn beroep Teugelder en de naam Luuk (in dit geval met een K geschreven) stevig aan het carnavalsgebeuren van Ganzendonck zijn verbonden. Op de foto zie je de allereerste Prins Luuk van Ganzendonck: Leo Verschuren uit 1973.














LAATSTE REACTIES