ZIJMENU
»
Z
I
J
M
E
N
U
«
Geschiedenis van Carnaval

Ontstaan van de Teugelders van Ganzendonck.

In 1959 werd in Beek en Donk de stichting Teugelders van Ganzendonck opgericht. De stichting heeft (zo is officieel vastgelegd) ten doel: het bevorderen- en organiseren van de carnavalsviering in Beek en Donk, zulks in de ruimste zin van het woord, een en ander ter bevordering van de goede verstandshouding binnen de gemeente.

De Zuidwillemsvaart is destijds gegraven om verbetering aan te brengen in de verbindingen van het watervrachtverkeer tussen Holland en België. De verbinding loopt dan ook van de Maas bij Den Bosch via België naar de Maas bij Maastricht, daar in die tijd de Maas slechts in de zomermaanden voor de meeste schepen bevaarbaar was. Na besluizing en kanalisering van de Maas, is de Zuidwillemsvaart wel voor de grotere scheepsvaart in betekenis afgenomen.

Om een beter inzicht te krijgen naar de afkomst van de Teugelder keren we terug naar ons oude kanaal en de Teugelder. Vóór en omstreeks het begin van deze eeuw voeren er op het kanaal alleen nog maar kleinere scheepjes van 50 tot 100 ton. Met deze schepen werden voornamelijk landbouwproducten, bouwmaterialen, zand en grind en later veenturf en steenkool vervoerd. Deze schepen waren allen aangewezen op windkracht door middel van de windzeilen. Bij zware tegenwind of bij windstil weer, was het echter niet mogelijk de zeilen te gebruiken en dan kwam de schuit stil te liggen. Met stilliggen kon de schipper zijn kost niet verdienen en dus ging hij met een vaarboom, een soort lange polsstok, naar het voorschip, plantte daar de vaarboom in de bodem van het kanaal en al drukkend met zijn schouder, liep hij dan stap voor stap naar achteren. Hij hield zodoende de vaart in het scheepje. Voor een langer traject was dit ondoenlijk werk. De schipper spande dan een lange lijn aan de mast en bevestigde hieraan 1, 2 of meerdere brede borstbanden. Hierin liepen dan de vrouw en kinderen van de schipper over de dijk, het scheepje stap voor stap voort te zeulen. Voor grote afstanden en zwaar beladen schepen was dit nog geen goede en menselijke oplossing. Toen boden zich de voerlui aan, om met 1 of 2 paarden deze taak over te nemen. Dat schoot alweer wat beter op. Zo’n voerman, die regelmatig schepen ging trekken, kreeg officieel de naam van scheepsjager. Maar de mensen, die regelmatig zo’n man met een paard aan de tegel, los of aangespannen, langs het kanaal zagen lopen, noemden hem al gauw “den teugelaar”, of hier in de volksmond “den teugelder”.

Eén van de oudste van deze scheepstrekkers of teugelders, welke hier woonde, was de oude Luuc van Bussel. Deze heeft met zijn zonen Piet, Jan en Janus jarenlang dit vak uitgeoefend. De oude Luuc van Bussel hield ook nog logement en stalling voor langstrekkende teugelders. Luuc was een gezette man. Gehuld in een schipperstrui, een schipperspet op zijn imposante kop en onder zijn knevel bungelde de onafscheidelijke sigaar. Hij was werkelijk een opvallend figuur in ons dorp. Vandaar dat zijn beroep Teugelder en de naam Luuk stevig aan het carnavalsgebeuren van Ganzendonck zijn verbonden.Door de jaren heen heeft de stichting Teugelders van Ganzendonck zich voor vele doelgroepen binnen de eigen gemeenschap ingezet. Hierbij moet gedacht worden aan o.a. de ouderen, zieken, gehandicapten en kinderen. In november 2003 werd het 44-jarig bestaan gevierd. Dit gebeurde middels een feestelijk jubileumweekend.

Theorieën over het ontstaan van carnaval.

Er zijn verschillende theorieën over het ontstaan van carnaval. Carnaval zou een millennia-oud vruchtbaarheidsfeest zijn waarmee het einde van de winter en het begin van de lente werd gevierd. De zon kwam terug, de aarde leefde weer op, de mensen kropen uit hun holen en hutten.Andere geleerden verklaren het feest als volgt: vanuit het christelijk geloof komt het gebruik om in navolging van Jezus 40 dagen te vasten. Dat houdt in dat kinderen geen snoep mogen eten en dat vlees taboe is. De dagen vóór de (Katholieke) Vasten zette men nog éénmaal alle bloemetjes buiten. Dat zou ook verklaren waarom carnaval wel in het zuiden des lands en niet in het noorden wordt gevierd: daar wonen immers de Protestanten. Het is niet onwaarschijnlijk dat het carnaval uit beide is ontstaan, het gebeurde immers wel vaker dat een van oorsprong heidens feest met een christelijk sausje werd overgoten. Denk maar aan het optuigen van de dennenboom voor de Kerst. In veel landen komt eenmaal per jaar de „carnavalsgeest” boven. De festiviteiten duren gewoonlijk van de zaterdag tot de dinsdag voor Aswoensdag, de eerste dag van de Grote Vasten. In de Verenigde Staten is de populairste carnavalsviering die van New Orleans, die bekendstaat als Mardi Gras (Frans voor „Vette Dinsdag”, aangezien volgens het gebruik al het vet in huis werd opgemaakt voordat de Grote Vasten begon). Carnaval is ook een traditionele viering in veel Europese en Zuidamerikaanse steden: Parijs, Nice, Rome, Venetië, München, Rio de Janeiro, Buenos Aires, om er maar een paar te noemen.

Dat er op veel verschillende manieren gedacht wordt over het ontstaan van carnaval, bewijzen de volgende verklaringen:

Grote Winkler Prins Encyclopedie, Deel 5, zesde druk: „Het feest is . . . waarschijnlijk een vermenging van een Romeins lente- en een Germaans offerfeest.”

Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie, Deel 6: „De verste oorsprong van carnaval kan gezocht worden in godsdienstige gebruiken in de oudheid. . . . Het masker werd daarbij gebruikt als middel om boze geesten te verjagen.”

De Delta Larousse encyclopedie: „De oorsprong van carnaval heeft men gezocht in de oudste orgiastische vieringen van de mensheid, met inbegrip van de Romeinse Saturnaliën, die van religieuze aard zijn, de viering van de terugkomst van de lente, als symbool van de wedergeboorte van de natuur. Ook is men van de rituele oorsprong van de carnavalsmaskers te weten gekomen dat ze in verband stond met de aanbidding van de doden.” De Encyclopædia Britannica: Niemand weet zeker wat de oorsprong is van carnaval. De wortels ervan gaan diep terug in de geschiedenis, en er bestaan dan ook vele gissingen over. De Encyclopædia Britannica verklaart onder het trefwoord „Carnaval”: „De afleiding van het woord is onzeker, hoewel het mogelijkerwijs teruggaat op het Middeleeuws-Latijnse carnem levare of carnelevarium, wat de betekenis heeft van het wegnemen of verwijderen van vlees. Dit stemt overeen met het feit dat carnaval de laatste viering is voor het begin van de sobere, 40 dagen durende Grote Vasten, waarin katholieken in vroeger tijden zich onthielden van het eten van vlees. De historische oorsprong van carnaval is ook in duister gehuld. Het heeft zijn oorsprong mogelijk in een primitieve viering ter ere van het begin van het nieuwe jaar en de wedergeboorte van de natuur, hoewel het ook mogelijk is dat de oorsprong van het carnaval in Italië in verband gebracht kan worden met het heidense feest van de Saturnaliën van het oude Rome.”Braziliaanse televisieproducer Cláudio Petraglia: Volgens een Braziliaanse televisieproducer Cláudio Petraglia vindt het huidige carnaval „zijn oorsprong in de Dionysus- en Bacchusfeesten en is dat in feite het wezen van carnaval”.De historicus Will Durant: „Een gezelschap mannen die de heilige phalli [symbool van het mannelijk geslachtsorgaan] droegen terwijl zij dithyramben [liederen] zongen ter ere van Dionysus, . . . vormde, in de Griekse terminologie, een komos of luidruchtige groep.” Dionysus, in de Griekse mythologie de god van de wijn, werd later overgenomen door de Romeinen, die hem de naam Bacchus gaven. Maar de koppeling met ko’mos overleefde de naamsverandering.


Geen reacties

© Teugelders van Ganzendonck